Info over uitzendwerk


Info over uitzendwerk -> Werknemersverzekeringen -> Werkloosheidswet

Werkloosheidswet

Elke werknemer, waaronder ook de uitzendkracht, is in Nederland verplicht verzekerd tegen werkloosheid. De uitzendkracht betaalt premies die het uitzendbureau als zijn werkgever van zijn loon inhoudt. Als de uitzendkracht voldoet aan alle voorwaarden heeft hij recht op een WW-uitkering.

Werkloosheid

Alleen de uitzendkracht die werkloos is heeft recht op een WW-uitkering. Werkloos betekent dat de uitzendkracht minstens 5 uur van zijn arbeidstijd per week kwijtraakt of dat hij minstens de helft van zijn arbeidsuren per week kwijtraakt. De uitzendkracht moet wel beschikbaar zijn om te werken. Dat is hij niet als hij bijvoorbeeld ziek is. In dat geval krijgt de uitzendkracht geen WW-uitkering maar gaat hij de Ziektewet in. Voor het bepalen van het aantal arbeidsuren dat de uitzendkracht per week werkt, wordt gekeken naar het gemiddeld aantal uren dat hij in de afgelopen 26 weken heeft gewerkt.

"Vera is verpleegkundige en werkt via het uitzendbureau 36 uur per week in een verzorgingshuis. Om roostertechnische redenen wordt zij door het uitzendbureau ontslagen. Vera wordt werkloos voor 36 uur per week."

"Teun is timmerman en werkt via het uitzendbureau 40 uur per week in een houtzagerij. Als gevolg van slechte bedrijfseconomische omstandigheden verliest Teun 8 uur per week; hij wordt dus voor een deel ontslagen. Teun is werkloos geworden voor 8 uur per week. Voor de andere 32 uur blijft hij zijn baan houden."

"Bram is boekhoudkundige en hij werkt al jaren via het uitzendbureau 8 uur per week voor een klein naaigarenwinkeltje om de boekhouding bij te werken. Het winkeltje stopt met het verkopen van knopen en Bram verliest 4 uur per week omdat het werk in de helft van de tijd af is. Hoewel hij voor minder dan 5 uur per week werkloos wordt, verliest hij toch de helft van zijn arbeidsuren zodat voldaan is aan de eis van werkloosheid."

Het komt voor dat bij het ontslag door het uitzendbureau nog een ontslagvergoeding wordt betaald aan de uitzendkracht. Dat kan onderling worden afgesproken of door de rechter worden opgelegd. Vaak wordt er een bedrag ineens betaald en het bedrag is in veel gevallen een of meer maandsalarissen. De uitkeringsinstantie houdt daar rekening mee; de WW-uitkering gaat pas in als de maanden waarvoor dit geld als schadevergoeding voor het verlies van loon voorbij zijn.

"Vera krijgt 3 maandsalarissen als ontslagvergoeding mee van het uitzendbureau. Het wordt in 1 keer op haar bankrekening gestort. Stel dat het ontslag per 1 juni ingaat. Vera heeft drie maandsalarissen gekregen zodat zij haar eerste recht op een WW-uitkering pas per 1 september krijgt."

Het maakt dus uit wat voor de uitkeringsinstantie geldt als het moment van einde van de arbeidsovereenkomst. Vanaf die datum tellen de maanden uit de ontslagvergoeding mee en pas daarna gaat de werkloosheid van de werknemer in en heeft hij recht op een WW-uitkering.

Als de arbeidsovereenkomst eindigt door opzegging, is het einde van de arbeidsovereenkomst de datum waartegen de arbeidsovereenkomst is opgezegd.
Als de arbeidsovereenkomst eindigt door ontbinding door de rechter, is het einde van de arbeidsovereenkomst de datum van de uitspraak tot ontbinding.
Als de arbeidsovereenkomst eindigt door onderlinge afspraken tussen het uitzendbureau en de uitzendkracht, is het einde van de arbeidsovereenkomst de datum waarop de beëindiging schriftelijk is overeengekomen. Ontbreekt een schriftelijke overeenkomst dan geldt de datum van feitelijke beëindiging.

Meerdere verliezen van arbeidsuren

Per verlies van arbeidsuren krijgt de werknemer een zelfstandig recht op een WW-uitkering als voldaan wordt aan de referte-eis of aan de referte-eis en arbeidsverledeneis.
De werknemer die uit een en dezelfde arbeidsovereenkomst binnen een week na zijn verlies van arbeidsuren nog eens arbeidsuren verliest krijgt een samengevoegd recht in plaats van meerdere zelfstandige rechten op WW-uitkeringen.

"Hans is hovenier en hij verliest per 1 juli 6 arbeidsuren en per 4 juli nog eens 6 arbeidsuren. Elk arbeidsverlies geeft recht op een WW-uitkering. De twee WW-uitkeringen worden nu samengevoegd tot een uitkering die ziet op een verlies van 6 + 6 = 12 arbeidsuren."

Vorstwerkloosheid

Het is afhankelijk van de aard en duur van de weersomstandigheden of het niet kunnen werken nog onder een normaal bedrijfsrisico valt en de werkgever het loon moet doorbetalen.
De werknemer die werkloos is alleen als gevolg van vorst, sneeuwval, hoog water of andere buitengewone natuurlijke weersomstandigheden heeft recht op een loongerelateerde WW-uitkering voor de duur van deze bijzondere weersomstandigheden. De referte-eis en de arbeidsverledeneis gelden niet, zodat ook de werknemer die net begonnen is recht heeft op een WW-uitkering als het door het weer niet mogelijk is om te werken. De werknemer is niet verplicht om tijdens de WW-uitkering te solliciteren.
Als de werknemer een uitzendkracht is, is het van belang te weten of er een loondoorbetalingsplicht is voor het uitzendbureau; als deze voor de eerste 6 maanden (of langer, als dat bij CAO is afgesproken) is uitgesloten, krijgt de uitzendkracht alleen betaald voor de uren die hij werkelijk gewerkt heeft. In dat geval krijgt de werknemer niet betaald voor de gemiste uren als hij eerder naar huis wordt gestuurd vanwege het slechte weer.

Uitsluiting van recht op WW-uitkering

Onder omstandigheden verliest de uitzendkracht zijn recht op een WW-uitkering. De wet noemt de volgende uitsluitingsgronden:


De uitzendkracht heeft ook geen recht op een WW-uitkering over nationale of algemeen erkende christelijke feestdagen, zondagen (of andere religieuze rustdag).

Einde recht op WW-uitkering

Het recht op een WW-uitkering eindigt:

Onder omstandigheden kan het recht op een WW-uitkering toch weer herleven als de uitzendkracht alsnog weer voldoet aan alle eisen.

Aanvraag WW-uitkering

De uitzendkracht die meent recht te hebben op een WW-uitkering vult een aanvraagformulier in die is gericht aan het UWV, het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het UWV behandelt de aanvraag en beslist of er een recht op WW-uitkering bestaat. De uitzendkracht moet het formulier indienen bij de CWI, de centrale organisatie werk en inkomen. De uitzendkracht moet uiterlijk op de eerste werkdag na de eerste dag van werkloosheid bij de CWI aangifte doen van zijn werkloosheid. Zijn aanvraag om een WW-uitkering moet hij binnen 1 week na de eerste dag van werkloosheid indienen bij de CWI.

Verplichtingen van de uitzendkracht

De uitzendkracht heeft verplichtingen en als hij er zich niet aan houdt, kan dat betekenen dat hij geen of slechts een gedeeltelijk recht krijgt op een WW-uitkering of dat hij dit recht door zijn gedragingen later weer geheel of gedeeltelijk verliest.
De uitzendkracht heeft de plicht te voorkomen dat hij:

Met verwijtbare werkloosheid wordt bedoeld dat de uitzendkracht zich zo heeft gedragen dat hij heeft moeten begrijpen dat zijn gedrag tot het einde van zijn arbeidsovereenkomst zou leiden. Onder verwijtbare werkloosheid valt uitdrukkelijk NIET de situatie dat de arbeidsovereenkomst van de uitzendkracht wordt beëindigd op verzoek van de werkgever met instemming van de uitzendkracht, dan wel in het geval dat de uitzendkracht geen verweer voert tegen deze beëindiging.
Met passend werk wordt bedoeld al het werk dat voor de capaciteiten en krachten van de uitzendkracht geschikt is, tenzij om lichamelijke, geestelijke of sociale redenen niet van de uitzendkracht kan worden gevraagd dit werk te aanvaarden. Werk in de zin van de WSW, Wet sociale werkvoorziening, is geen passende arbeid.
De uitzendkracht heeft ook de plicht aan het UWV alle informatie te geven die het UWV nodig kan hebben om te beslissen op het verzoek om een WW-uitkering. De uitzendkracht geeft deze informatie op het verzoek van het UWV of uit zichzelf.
De uitzendkracht die er zich niet aan houdt, riskeert een boete van maximaal € 2.269, naast de mogelijkheid van het verlies van zijn recht op een WW-uitkering.
De uitzendkracht is verder verplicht:

De uitzendkracht die zich niet houdt aan deze verplichtingen riskeert het verlies van zijn recht op een WW-uitkering.

Duur van de WW-uitkering

De uitzendkracht heeft alleen recht op een WW-uitkering als hij voor een minimumtijd verzekerd is geweest, dat wil zeggen, als hij heeft gewerkt en het uitzendbureau of een andere werkgever voor hem de premies voor de WW-verzekering op het loon heeft ingehouden en heeft afgedragen.
De uitzendkracht die in 36 weken direct voorafgaand aan de dag van werkloosheid in minstens 26 weken als werknemer heeft gewerkt voor het uitzendbureau of voor andere werkgevers heeft recht op een loongerelateerde WW-uitkering voor de duur van 3 maanden.
Bij de 36 weken direct voorafgaand aan de dag van werkloosheid tellen de weken mee waarin de uitzendkracht niet werkte wegens:

"Hans is hovenier en hij heeft in 36 weken voor zijn werkloosheid in 30 weken gewerkt bij een hoveniersbedrijf. Hij heeft dus in ieder geval recht op een loongerelateerde WW-uitkering voor 3 maanden."

De uitzendkracht die ook nog eens aantoont dat hij in de 5 jaar voor de eerste dag van zijn werkloosheid in tenminste 4 jaar over 52 of meer dagen per jaar loon heeft ontvangen van dezelfde of verschillende werkgevers, heeft recht op een verlenging van zijn loongerelateerde uitkering. Ook de uitzendkracht die in plaats van dit loon een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid kreeg tot de dag van zijn werkloosheid, heeft recht op een verlenging van zijn loongerelateerde uitkering. De verlenging is 1 maand voor ieder volledig kalenderjaar dat het arbeidsverleden meer is dan 3 jaar. De verlenging is maximaal 38 maanden.

"Teun is timmerman en hij heeft in 36 weken voor zijn werkloosheid in 30 weken gewerkt bij een houtzagerij. Daarvoor heeft hij 5,5 jaar minimaal 52 dagen per jaar gewerkt bij een klusbedrijf. Teun heeft recht op de loongerelateerde WW-uitkering voor 3 maanden en zijn verlenging is 2 maanden. Immers alleen de hele kalenderjaren tellen na 3 jaar tellen mee."

Berekening van arbeidsverleden

Het arbeidsverleden bestaat uit het aantal kalenderjaren vanaf (en inclusief) het jaar 1998 tot en met het kalenderjaar waarin de eerste dag van werkloosheid ligt, waarin de uitzendkracht over 52 dagen of meer loon kreeg van zijn werkgever(s). Het aantal kalenderjaren voor het jaar 1998 tellen mee vanaf het jaar waarin de uitzendkracht 18 werd.

" Vera is verpleegkundige en op 1 juli 2007 is ze 33 jaar geworden. Zij heeft al vanaf haar 18e jaar voor verschillende werkgevers gewerkt en ontving in elk jaar over minstens 52 dagen loon. Haar arbeidsverleden bedraagt 7 jaar vanaf het jaar waarin ze 18 werd tot 1998 plus 9 jaar vanaf 1998 tot en met 2007. Het totaal is 16 jaar."

Hoogte van de loongerelateerde WW-uitkering

De hoogte van de WW-uitkering wordt berekend naar het dagloon van de werkloze uitzendkracht. Het dagloon is het loon dat de uitzendkracht in de 26 weken voor zijn werkloosheid gemiddeld per dag ontving. Het moet dan wel gaan om vast, gegarandeerd en regelmatig uitbetaald loon. De WW-uitkering is in de eerste 2 maanden 75% van het dagloon en daarna 70% van het dagloon. Uiteraard wordt bij een verlies van arbeidsuren dat minder is dan 1 dag de uitkering naar evenredigheid uitgekeerd. Wanneer de uitzendkracht inkomsten heeft uit een opleiding wordt de WW-uitkering met deze inkomsten verminderd. Wanneer de uitzendkracht inkomsten heeft uit arbeid in het kader van een reintegratieplan wordt de WW-uitkering met deze inkomsten verminderd.